Ik hoef niets meer te bewijzen

Door Ernst Jan Rozendaal

Michael de Jong kan er razend om worden. Legt de 58-jarige ssinger/songwriter op zijn onlangs verschenen album Last Chance Romance... zijn ziel bloot als nooit tevoren, schrijft een criticus van Het Parool dat ‘’onze correspondent in bluesland stapelverliefd is op een jong meisje’’. ‘’Moet ik blij zijn dat ze het hebben over lieve liedjes?’’, briest hij. ‘’Dat is een belediging. Dit gaat veel dieper. Dit gaat over de laatste keer dat ik mijn hart en ziel openstel voor iemand anders en die ander doet hetzelfde voor mij. Kennelijk was het toch een vergissing dat te delen met de wereld.’’

Want aanvankelijk wilde De Jong, die zondag optreedt in het Arsenaaltheater in Vlissingen, het album helemaal niet uitbrengen. Last Chance Romance is in London opgenomen met een keur aan sessiemuziekanten. ‘’Lui die drie dagen eerder nog met Eric Clapton werkten en dan met Michael de Jong de studio ingaan om een plaat op te nemen.’’ Ingewijden verzekerden hem dat het zijn magnus opus is, het meesterwerk van een zanger/guitarist wiens laatste albums steevast door de popcritici de hemel in zijn geprezen. Maar De Jong wilde er slechts één exemplar van persen om dat cadeau te doen aan Jessie, de vrouw om wie alles draait op de plaat. ‘’Mensen zeiden tegen mij: Dat kun je niet doen. Maar waarom niet? Ik ben Michael de Jong. Ik ben een eikel. Ik he been reputatie hoog te houden. Niemand vertelt mij wat ik moet doen. Ik heb twee jaar in de gevangenis gezeten omdat iemand dacht dat hij mij kon vertellen wat ik moest doen.’’
Het is een verwijzing naar zijn bewogen verleden. De Jong is geboren in het Franse Fontenay als zoon van een Friese vader en Baskische moeder. Zijn kleutertijd bracht hij door in Alkmaar. In 1949 emigreerde het gezin naar Grand Rapids in de Amerikaanse staat Michigan. Op zijn dertiende speelde  Michael de Jong in de groep The Nightwalkers die later zou fungeren als begeleidingsband van countryzanger Bobby Bare. Vervolgens zwierf hij door de Verenigde Staten om samen te spelen met beroemde bluesmuzikanten als Paul Butterfield, Mike Bloomfield en Charlie Musselwhite. Hij maakte deel uit van de band van blueslegende Jimmy Reed die in 1976 overleed. ‘’Ik ben degene die hem dood vond. Hij was een van de laatsten van de oude garde. Dat kan ik nu over mezelf zeggen. Ik ben een van de laatsten. De rest is dood.’’

Het is een wonder dat hij zelf nog in leven is. Hij raakte aan de drank en de drugs, belandde in de gevangenis, twee huwelijken liepen op de klippen en hij raakte besmet met HIV. Maar hij krabbelde op toen hij zich begin jaren negentig in Dordrecht vestigde. Hij is afgekickt en heeft in hoog tempo gebouwd aan een volgens de muziekencyclopedie van Oor ‘’op de blues leunend ouvre dat een spiegel vormt van een rusteloos bestaan vol drank,drugs, verloren liefdes, zelfvernietiging, hellevuur, zoned, boete en verlossing.’’

‘’Ik heb een hard leven geleid’’, zegt De Jong. ‘’Het is me niet overkomen, ik heb ervoor gekozen. Eigenwijs he? Ik doe het zoals ik wil. Niet toegeven als iemand met geode raad komt. Fuck you, dacht ik dan, ik zoek het zelf wel uit. Nu beschouw ik alles als levenslessen. Kennelijk heb ik heel vaak mijn kop moeten storen, heel lang moeten leren, voor ik in de gaten kreeg wat in dit leven waardevol is en wat niet. Al die tijd was er één ding waar ik op kon vertrouwen. Mijn gitaar. Altijd kon ik spelen. ‘’God heeft me dit talent gegeven’’, dacht ik, en hij is niet iemand om het weer van me aft e pakken’’.
Lessen heb ik nooit gehad. Nog steeds is mjin eigen talent mij een raadsel. Ik weet niet wat het is, ik begrijp het niet. Ik weet alleen dat muziek een obsessie is.
En nu ligt daar dan Last Chance Romance ,een album voor Jessie. De Jong citeert enkele regels uit Save it for a rainy day, die volgens hem de essentie uitdrukken. Can I hide behind your innocence, could I rest there for a while, could you help me heal these scars that time, laid across this soul of mine...
Daarom gaat het. Als iemand dit soort waarheid, dit soort emotie uit een man als mij kan krijgen en ik bied dat die person aan in de vorm van een album dat zo mooi is dat ik gewoon bang werd om het uit te brengen, dat vervulik haar met trots, ze gaat dan meer in zichzelf geloven. Dat was wat ik wilde. Wat anderen ervan vinden? I don’t give a shit. They can kiss my ass. Als mijn platen klaar zijn, luister ik er nooit meer naar, maar naar Last Chance Romance, luister ik vijf of tien keer per dag. Met tranen in mijn ogen. Dit zou mijn meesterstuk zijn, maar daar gaat het mij niet om. Waar het mij omgaat is dat ik haar in de ogen kijk, dat haar familie haar vraagt:’’Heeft iemand dit voor jou opgenomen?’’ Leef je met hem? Nee. Ik ben gewoon een goede vriend. Misschien wat knuffels. Met fysieke liefde heeft dit niets te maken.’’
‘’Dit zou weleens mijn laatste album kunnen zijn. De vraag is niet;’’Kan ik dit nog overtreffen?, maar;”Wil ik het wel?’’ Het zou geweldig zijn om straks hieraan herinnerd te worden. Mojo Concerts heeft nu een toernee voor mij georganiseerd en het gekke is dat ik total niet zenuwachtig ben. Dat komt omdat ik niet kan zien wat daarna op me wacht. Ik had een droom die regelmatig terugkwam, ook toen ik nog verslaafd en dakloos was. Dan zag ik een poster voor me waarop stond;’’Mojo presents an evening with  Michael de Jong’’.
Ik wist dat het op een dag zou gebeuren. Nu is het zover. Daarom hoef ik niet verder te kijken. Dit is het licht aan het einde van de tunnel. Ik hoef niets meer te bewijzen. In acht jaar heb ik acht cd-s uitgebracht. Ik heb er tien geschreven, maar twee heb ik op de plank laten liggen. Wie kan mij dat nazeggen? Nooit kreeg ik een slechte recensie, de laatste vijf stonden hoog in de Moordlijst en nu organiseert Mojo een akoestische solotournee voor mij. Moet ik dan nog twijfelen of ik het wel kan?’’

Op 30 november geef ik mijn laatste concert en wat daarna komt weet ik niet. Of toch. Op 13 december geef ik een concert in een cafe in Parijs. Toen ze dat daar hoorden, wilden ze allemaal journalisten op me afsturen voor interviews, maar ik zei:’’Nee’’. Ik speel daar namelijk gratis, voor niet meer dan een Franse maaltijd, twee rozen en een fles wijn die ik aan Jessie geef. Ik zet haar aan een tafel en speel een dik uur voor haar. Alleen voor haar, verder komt er geen publiek. That’s all. That’s fucking romance. Ooit, op 22 september 1984, stond ik bij de Eiffeltoren en toen heb ik gezworen dat ik voor mijn dood daar nog één keer zou komen om met iemand een onschuldige, kinderlijke kus te wisselen. Die wens gaat dan in vervulling. Als je dit verhaal snapt, snap je Michael de Jong’’

 

menu biografie discografie optredens recensies nieuws verhalen reacties fotoalbum links

*Interview in Jazzism 2006
*Michael de Jong bevlogen bij afscheidstour
*The Great Illusion
*The Waiting Game
*Grown man moan
*23, Rue Boyer
*Imaginary conversation
*"What sings inside the soul of such a man"
*"Mijn muziek is te depressief"
*Michael de Jong wil harten raken
*de Jong vindt rust in Ierland
*Uit de goot, in de schijnwerpers
*Muziekcentrum Vredenburg 2004
*Obsessies van Michael de Jong
*Ik hoef niets meer te bewijzen
*Interview OOR 1999
* Recensies Marcel Haerkens
*Echo from the Mountain
Interview Block, nummer 100, 1996