Voetnoot bij de Amerikaanse popgeschiedenis (vervolg)
Door Bas Senstius
Buchanan
Na een jaar op de Caraiben vertrok De Jong naar Pittsburgh, Pennsylvania, waar hij optrad met de Rhythm kings, de begeleidingsgroep van Roy Buchanan.
De Jong hecht geen enkel geloof aan het verhaal dat Buchanan zelfmoord heeft gepleegd door zich in de gevangenis van Fairfax, Virginia in 1988 aan zijn shirt op te hangen. ‘’hij was een hele grote kerel, maar het raam waaraan hij zich zou moeten hebben verhangen kwam tot halverwege zijn middel. Wat denk je, zou hij op-en-neer gesprongen zijn? Onzin. Waarschijnlijk is hij per ongeluk vermoord bij een uit de hand gelopen ruzie met een bewaker. Hij was volkomen bezopen en zat onder de pillen.’’
Via allerlei omzwervingen belandde hij uiteindelijk in 1974 in San Francisco, waar hij zijn haydays beleefde. Hij zou er twaalf jaar blijven hangen. Via Mike Wilhelm, guitarist van The Charlatans, een van de vele Haight-Ashburybandjes, kreeg hij zijn eerste solo-optredens. ‘’Daar begon ik nummers te schrijven. De San Francisco-scene was zeer behulpzaam. Er waren genoeg clubs en koffiehuizen waar ik geboekt werd als voorprogamma voor bands als Jefferson Airplane, Country Joe & the Fish en New riders of the purple sage, of waar ik solo optrad.’’ In de Bay Area ontmoette hij mensen als Jerry Garcia, Mike Bloomfield en Paul Butterfield met wie hij samen speelde. Enkele vergeelde affiches in zijn huis in Dordrecht zijn daarvan de stille getuigen.
Bezem
Maar de ontmoeting die blijvende sporen zou nalaten, vond plaats in 1976, in de Savoy Tivoli club waar hij werkte als schoonmaker en akoestische solosets speelde. ‘’In augustus zou Jimmy Reed komen en I swept my way to the dressing room. Hij vroeg me wat ik nog meer deed dan bezemen. Gitaar spelen meneer, zei ik. Wat dan? Alles wat jij ooit geschreven hebt. Hij gaf me zijn gitaar en ik kon dezelfde avond meespelen.’’ Dat ging een paar maal goed, maar op een zondagavond kwam Reed niet opdagen. ‘’samen met Steve Gordon van de Savoy gingen we hem zoeken in Oakland, waar hij logeerde. Lag hij dood op een waterbed met een grote glimlach op zijn gezicht. Dat mag je wel mijn legacy aan de blues noemen’’.
Vanuit De Jongs huis werd de begrafenis geregeld.’’Kwam John Lee Hooker langs, kun je je dat voorstellen? Hij belde mensen als Albert Collins, Albert /king. Mijn vrouw en ik waren de enige blanken in huis. Het was alsof ik een test had doorstaan en vandaar dat ik waarschijnlijk het voorprogramma mocht doen van die blueslegendes.’’ De volgende maanden ging de Michael de Jong Band op toernee met John Mayall. De blues was op zijn pad gekomen en bleef de enige constant factor in zijn verdure loopbaan.
Halverwege de jaren tachtig vertrok hij naar Europa om nog één keer terug te keren naar Grand Rapids, na de dood van zijn vader in 1994.’’ In de kelder van ons huis lagen alle mastertapes die ik in de loop der jaren zelf was kwijtgeraakt; hij had alles bewaard. Daar zat ook een sessie bij met de band van Steve Miller. Die California-tapes gaan mijn graf bekostigen. Ik heb tegen Munich gezegd dat ze daar een cd van mogen maken als ik de toezegging krijg dat ze een stukje grond kopen waar ik twintig jaar kan liggen. ‘’Ik mis mijn vader. Een van de redenen om hier naartoe te gaan is om hem zijn mond te laten houden in mijn hoofd, en dat is gelukt.’’
Wrak
Hij wilde perse in Amsterdam afspreken. ‘’Ik heb hier een adresje waar ik goedkoop snaren kan kopen’’. De Jong heeft een gedrongen gestalte en is gekleed in een donkergrijs streepjespak en zwart t-shirt. Zijn Engels doorspekt hij op de meest onverwachte momenten met nederlandse woorden en hij antwoordt op vragen regelmatig met luid gezonden liedjes, varierend van Dylan tot Buddy Holly en eigen werk. Peinzend start hij uit het raam. ‘’In deze stad heb ik anderhalf jaar van mijn leven verloren. Een wandelend wrak was ik, levend op dope en drank. Ik moest weg, anders zou ik aan een overdosis gestorven zijn. Al mijn elektrische gitaren ben ik hier kwijtgeraakt, Les Pauls, Fenders noem maar op. Aan de Bank van Lening , mijn favouriete bank. Vroeg in de morgen met je gitaar naar binnen en een minuut later weer buiten met tweehonderd piek. De Zeedijk haalde ik meestal niet eens. Hij is nu vijf jaar clean en wil dat zo houden.
‘’De madness of the streets hier heb ik proberen te vangen in Amsterdam Calling het titelnummer van een project dat bestaat uit twaalf songs. Fool fool fool, Celebrated selfdestruction suicide blues, dat sort nummers. Mercedes Women hoort ook tot die cyclus en dat is inmiddels opgenomen door Johnny Bassett and the Blues Insurgence uit Detroit.
Michael de Jongs odyssee in Nederland voerde hem na Amsterdam langs Leeuwarden, waar hij het merendeel van de Amsterdam Calling nummers schreef in een psychiatrische inrichting; in Tilburg nam hij de Tilburg-sessies op, in Rotterdam componeerde hij zijn twaalf Fugitive Love Songs (1993) en in Nijmegen nam hij tien covers op.
‘’God bless the women behind the songs’’ roept hij op een gegeven moment tijdens zijn concert in Rotown, Rotterdam. Voor een publiek van een man of veertig spelt hij alsof zijn leven ervan af hangt. En dat is in zekere zin ook zo. Hij onderbreekt de stroom liedjes, aanslafgen op de zielerust, slechts om nu en dan een slok Spa te nemen. Onlangs verscheen zijn derde cd, Michael de Jong, alive. Bij binnenkomst in Night Watch, het cafe naast Americain waar we hebben afgesproken, controleert hij of het enorme Clannad-affiche er nog hangt. Yes, roept hij verheugd uit en hij wijst op het zinnetje’ voorprogamma: M. De Jong.
Eind vorig jaar deed de Ierse band ons land aan voor een tournee langs de grote zalen. Ik had een cd van ze gekregen en heb die muziek goed bestudeerd. Godzijdank is het goed gegaan. Nee, van zenuwen heeft hij nooit meer last. Een leven lang spelen in zalen en kroegen op diverse continenten heeft een einde gemaakt aan zijn plankenkoorts.
Door Bas Senstius

