menu biografie discografie optredens recensies nieuws verhalen reacties fotoalbum links

Voetnoot bij de Amerikaanse popgeschiedenis
Door Bas Senstius

Wat is de overeenkomst tussen Jimmy Reed, Mike Bloomfield, Paul Butterfield, Jerry Garcia en Roy Buchanan? Allemaal dood, legendarische namen die hun ereloge in de rock ‘n roll hemel ruimschoots hebben verdiend. Maar er is nog een overeenkomst: ooit, ergens in de jaren zeventig in de Bay Area in Californie, hebben ze samengespeeld met gitarist/zanger Michael de Jong. Met wie? Michael de Jong (Fontenay,1945) Hij werd geboren in Frankrijk,
uit een Baskische moeder en een Friese vader, en woonde korte tijd in Alkmaar, waarna het gezin in 1949 naar Grand Rapids, Michigan vertrok. Sinds 1987 woont de Jong weer in Nederland.
Michael de Jong is een Hollandse voetnoot bij de geschiedenis van de Amerikaanse popmuziek, de missing link tussen Elvis Presley en pak-em-beet Cuby and the Blizzards. De singer-songwriter heeft een gezicht waarop roerige jaren staan geetst en een repertoire dat verbijstert; als de helft van de liedjes autobiografisch is, had ook De Jong zich al jaren geleden dienen te voegen bij de onafzienbare rij dode muziekhelden. Maar dat cliché is hem tenminste bespaard gebleven, al heeft het niet veel gescheeld.
Met een doorrookte stem die in de verte doet denken aan die van Roger Chapman (Family) en Ted Hawkins bezingt hij de schaduwzijde van een bestaan doordrenkt van drank, drugs, spijt en verloren liefdes. In zijn liedjes wordt dan ook regelmatig gemijmerd bij de crossroads; God, Jesus and de devil worden veelvuldig aangeroepen; troost wordt gezocht on the road en in de booze; tevergeefs prober je to reach your babe; tussen suitcases full of dreams en memories figureren mean old ladies; uiteraard is het ontwaken this morning geen pretje, trouwens, tomorrow never come. En immer in the cold rain falling. De blues dus, met het eelt op de stembanden en het zweet op de ziel.
Maar of je nu zwerft in Amerika of in Nederland, de regels zijn overal hetzelfde.
Aan zijn rusteloze bestaan kwam vier jaar geleden een einde toen hij zich vestigde in Dordrecht. Al kan hij niet verhullen dat zo nu en dan heimwee naar het land van zijn jeugd de kop opsteekt. ‘’Ik mis; midden in de nacht in de woestijn uit mijn auto stappen en naar de sterren kijken; ik mis; eindeloos rijden op Highway One, naar Santa Rosa en de Redwood Forest of naar de grens van Oregon om er naar de golven te luisteren; ik mis; mijn hand tegen het schors van een boomstam van meer dan drieduizend jaar oud; ik mis; slapen onder de eucalyptus; ik mis; mijn voeten laten bungelen in het water van de Mississippi, de Missouri, de Colorado en de Rio Grande; ik mis; de moerassen tussen Rilovi en New Orleans.
Ik mis het Spaanse mos dat van de eikenbomen naar beneden hangt in Louisana; ik mis; zomaar de auto aan de kant zetten om naar de Bergen te staren’’
Toch vind hij het onzin om in Nederland auto te rijden. ‘’Wat ik mis is open ruimte en die heb je in dit land niet. Als ik van alles aan mijn kop had in amerika ,stapte ik gewoon in mijn auto, reed de Golden Gate brug in San Francisco op, naar rechts afslaan en ik kon net zo lang doorrijden totdat iik in New York was. Dan heb je drieeneenhalve dag om je problemen te overdenken. Moet je hier eens proberen. Heb je vijf verschillende soorten geld nodig en moet je vijf talen kunnen spreken’’
Maar in de trein van Dordrecht naar Amsterdam realiseerde hij zich opeens weer waarom hij zich zo thuis voelt in Nederland; ‘’bij schiphol stapten er twee amerikaanse jongens uit Minnesota in. Ik was helemaal vergeten wat voor arrogante, egocentrische en eigengereide hufters het kunnen zijn. De manier waarop ze de andere passagiers bekristiseerden was om ziek van te worden. Dat zijn dezelfde mensen die de steden volplempen met hun gore McDonalds en die de grootst mogelijke onzinseries op de televisie uitzenden’’. Hij is dan ook dolblij met zijn twee jaar geleden verworven nederlandse nationaliteit. ‘’Wie heeft er voor mij gezorgd toen ik als een losgeslagen alcoholist rondrende? De nederlandse overheid. Dankzij hen sta ik weer met beide benen op de grond. Ik heb nu een zelfstandigheidsverklaring en zelfs een btw-nummer. Moet ik mij dan als een typische amerikaan gedragen en zeggen; ‘’bedankt voor de poen’’ en hem smeren? Ik ben geen echte Amerikaan en ook geen echte Nederlander. Ik ben singer-songwriter zolang ik een dak boven mijn hoofd heb en mijn muziek kan spelen. Goddank heb ik nu ook een platenmaatschappij die in mij gelooft en dat ga ik echt niet weggooien voor de yankee dollar. Als ik ooit terug ga om mijn liedjes daar te laten horen, dan op een Nederlands paspoort.’’
In Grand Rapids, Michigan, is een groot contingent nederlanders, daar terechtgekomen na de oorlog. Zo ook de Jongs grootouders van vaders kant die er in 1948 arriveerden, een jaar voor Michael. ‘’Mijn ouders hebben twee grote fouten gemaakt; ze gaven me een fiets en op mijn dertiende een gitaar. Tegen alles wat ik wilde zeiden ze nee, uit bescherming, maar die fiets betekende vrijheid. De taal sprak ik zo slecht dat ik niet wist hoe ik vrienden moest maken , zodat ik veel rondzwierf. En ineens was daar Elvis.En Jerry Klee Lewis , en Little Richard.

Het rock and roll tijdperk stond op uitbarsten en dat net op tijd; zijn schoolcarriere vond een roemloos einde nadat hij eerst van een katholieke lagere school was afgetrapt en ook van de middelbare school verwijderd dreigde te worden. Zodra hij drie akkoorden onder de knie had (c,f en g) mocht hij meespelen met the Nightwalkers, zijn eerste bandje in 1958.
‘’Er is een ding waarvoor ik mijn vader altijd dankbaar zal blijven; hij heeft me opgevoed zonder vooroordelen. Zo rond mijn zestiende hing ik altijd rond bij een cafe in de zwarte wijk van Grand Rapids. Zag ik in de pauze de complete band naar buiten komen om te roken. Die zijn arm, dacht ik. Iedereen rookt van dezelfde sigaret....’’
Al snel kende hij de achterdeur van ieder theatre en de sluipwegen om er binnen te komen. ‘’Twee shows zijn me altijd bijgebleven. Johnny and the Hurricanes, omdat de Hurricanes allemaal gekleed waren in rode pakken terwijl Johnny Paris zelf een blauw pak aan had en ze allemaal dezelfde stapjes deden. En ik was weg van countrymuziek. Het was tijdens een optreden van rondreizende Grand Ole Opry-artiesten dat Tex Ritters het podium opsprong en zei; ‘’Ladies and gentlemen, now we introduce a new recording artist for Sun Records.Would you please welcome to the stage Mr. Johnny Cash.’’ Mijn bek zakte open. Ik wist niet wat ik zag. Geen cowboypak maar een zwarte broek, zwarte laarzen en zwart shirt. En een Martin-gitaar. Ik keek naar het publiek en wist zeker dat ik dat ook wilde.’’
De Amerikaanse droom van Michael begon in 1966 met een advertentie in de International Musician waar een guitarist/zanger gevraagd werd voor een band uit Jonesboro, Arkansas. Via een telefonische auditie werd hij aangenomen, maar een auto-ongeluk gooide roet in het eten. Na twee weken ziekenhuis voegde hij zich alsnog bij Larry Don and the Good Guys. Grinnikend; ‘’Dat waren southern boys en ik was de northern yankee die met de Dixie boys mee mocht doen. We tourden rond in het southern circuit, Alabama, Mississippi en North Carolina. Dat ging precies zo als in de film The Bluesbrothers; optreden in drankholen achter kippengaas. We speelden vooral covers, rockabilly. Als enige van de band zwierf hij in zijn vrije tijd rond across the tracks, de zwarte wijken, om er te jammen. Daar maakte hij kennis met de blues. ‘’Zeiden die gasten van de band dat dat absoluut niet kon. Denk je dat er ook maar iets is veranderd sinds die tijd? Het enige verschil is dat de bordjes’’verboden voor zwarten’’ zijn weggehaald. Dat als je ergens loopt de zwarten niet meer van de stoep af gaan om jou met je dikke witte reet te laten passeren. Ze mogen nu met dezelfde bus en ze mogen eten in hetzelfde restaurant, maar de spanning is nog steeds voelbaar. Wat echt veranderd is;
Dat ze nu terugschieten......’’
Tijdens een vakantie in Bloomington, Indiana, wordt hij verliefd en trouwt hij voor de tweede maal. ‘’Dat eerste huwelijk had acht maanden stand gehouden en ik wilde er nu echt iets van maken’’. De Jong verliet de band en het jonge paar vertrok naar Detroit, waar hij in de Fordfabrieken ging werken. ‘’Het enige wat ik mis in Holland is dat het zo moeilijk is om een baantje voor een paar maanden te krijgen. Als ik in Amerika genoeg had van snaren en spelen en bij moest komen, kon ik overal terecht. Totdat ik mij na een maand of wat, altijd op woensdag of donderdag, realiseerde dat als ik de volgende dag, vrijdagavond ergens zou kunnen optreden, ik evenveel verdiende als na een paar weken werken. Nam ik ontslag en ging ik weer spelen. Mijn principes heb ik altijd bewaard voor de muziek, de rest van mijn leven was toch één grote puinhoop’’.
Volgens de platgetreden paden van seks, drugs en rock and roll bleek het burgerdom niet te combineren met de tijdgeest; Met twee albums onder zijn arm (Ray Charles, Modern Sounds in country and western music, volume 1 en 2) verliet hij huis en vrouw om aan de andere kant van de stad in de wijk Ann Arbor, een nieuw leven te beginnen. Dat ging goed totdat hij Joe Cocker zag optreden met de Mad Dogs and Englishmen.’’Ik was volkomen van mijn stuk gebracht. Hier zong iemand Ray Charles beter dan Ray Charles zelf, onvoorstelbaar. En vervolgens; boem, boem,boem, Excuse me while I kiss the sky...Is dat één iemand die daar speelt? Motown was booming en plotseling kwam er uit alle gaten en kieren geode muziek. En ik zat er middenin.’’
Maar niet lang. Eind jaren zestig belandde hij in Saint Croix, Caraiben, als troostprijs.’’De schatrijke vader van een student in Ann Harbor bood mij zijn villa aan die ik kon schilderen, als ik zijn dochter maar met rust liet. Het paradijs’’. Anderhalf jaar zou hij er blijven, spelend en drinkend.’’Belastingen bestonden daar niet. Als je een whiskey en een cola bestelde was de cola duurder’’. Maar het geld raakte toch op en de andere leden van de band wilden naar New Orleans. Een paar jaar speelden ze avond aan avond in de mafiabars op Bourbon Street.
‘’Dat waren geen muziekclubs, maar topless bars, allemaal gerund door iemand met een Italiaanse naam. Er werd goed voor je gezorgd, ik kan niet anders zeggen. Je werd gehuurd per set: vijftig minuten spelen, tien minuten pauze. Als het regende kwamen er toch geen toeristen kijken naar de blote vrouwen, die op zes podia om ons heen stonden opgesteld, allen dansend op onze muziek.  
Als de Mardi Grass (carnaval) voorbij was kregen we genoeg drugs om een week te slapen. Stapelgek werd ik daar en bovendien wilde ik niet meer voor die mafiabazen werken. ‘’

Meer bij deze Biografie >

languages English Francais german Choose a different language
English - Francais - German
english version French version